De etappe van gisteren was mooi, maar die van vandaag wordt misschien nog wel mooier. Op het menu staat de Col de Mezilhac, met zijn 1119 meter de hoogste top die we deze vakantie gaan passeren en sowieso de hoogste die we ooit fietsend gepasseerd zijn. Net als gisteren dient zich opnieuw de vraag aan: Kunnen we dat wel aan?

Ook vandaag besluiten we extra vroeg op te staan om de extreme warmte enigzins voor te blijven. We vertrekken om 08.45 uur vanaf de leuke municipal van Le Cheylard, waar het de vorige avond gezellig was door een groot Frans gezelschap dat -naarmate de wijnflessen leger raakten- steeds harder ging zingen.

20160730_112440

Terwijl we het dorp uitfietsen in de richting van het begin van de Col zien we iets opmerkelijks: De lucht begint te betrekken. De zon verdwijnt achter de wolken, en dat is voor ons goed nieuws. Het zal de beklimming er waarschijnlijk een stuk makkelijker op maken. Direct na Le Cheylard start de opgaande lijn naar boven. We hebben maar liefst 21,4 kilometer stijgende weg voor ons. De eerste kilometers gaan vlotjes, hier is het hoogteverschil wel constant maar niet al te groot. Maar als we na een uurtje peddelen een bakkie hebben gedaan begint direct het echte werk. De hellingen worden steiler, we maken nu veel meer hoogte. Het trappen gaat zwaarder maar is tot onze verrassing wel goed te doen. Blijkbaar hebben de kilometers van de voorgaande dagen onze bovenbenen al goed getraind. Veel meer last dan van onze spieren hebben we van….. vliegen. Niet 2, niet 5, geen 10, nee tientallen vliegen vinden ons blijkbaar woest aantrekkelijk en zwermen rond ons hoofd en lichaam. Super irritant als je net een stevige inspanning aan het verrichten bent. We proberen onderweg hier iets aan te doen (andere shirts, insmeren met deet, ons bijna geheel inspuiten met deodorant) maar niets helpt: De wolk van vliegen blijft ons vergezellen. Net op het moment dat we aan onze wellicht gebrekkige hygiëne gaan twijfelen zien we dat enkele passerende wielrenners er ook last van hebben. Blijkbaar is er een soort plaag.

Los van dit lastige aspect pakt de weg naar de top als een fantastische ervaring uit. We komen hoger en hoger, elke kilometer met bijbehorende stijging wordt langs de weg met borden aangegeven. De uitzichten worden steeds wijdser, en we verbazen ons steeds meer dat we dit met onze eigen benenwagen voor elkaar krijgen. Onderweg knipperen sommige auto’s vriendschappelijk naar ons terwijl de bestuurder een duim omhoog steekt, en wielrenners maken ook duidelijk dat we met onze bepakte fietsen respect afdwingen. Uiteindelijk fietsen we tegen 11.30 de top van de col op. Trots fotograferen we ons en de fietsjes bij het bord.

20160730_123757 Nog geen paar tellen daarna horen we gerommel, er is onweer op komst. We vluchten het restaurant binnen, trakteren ons op een koffie met gebak en wachten een half uurtje de bui af. Als we daarna buiten komen is het weer droog en breekt de zon voorzichtig door. Wat een topscenario voor deze rit! Bij een bleek zonnetje laten we ons nu 20(!) kilometer lang naar beneden storten/ roetsjen tot ons einddoel, de plaats Aubenas. Onderweg stoppen we 2 keer om de kramp in de vingers (sturen en remmen) weg te werken. Wanneer we onderweg in het dorje Ucel een luxe camping zien liggen besluiten we te stoppen. We checken in bij camping Domaine Le Gil, zo’n x-sterrencamping waar we vroeger met de kinderen wel heen gingen. Een volledig Nederlandse enclave met zwemparadijs, restaurant, animatieprogramma etc. Grappig als contrast met de vele municipals die we deze vakantie ondertussen ook gezien hebben. We vermaken ons in het zwembad en eten ‘s avonds een feestelijk hapje in het restaurant. Einde van een mooie dag waarop we trouwens de totaalstand van deze vakantie over de 1000 kilometer hebben gereden

Dagafstand 49km
Totaal 1045km